Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verdrag betreffende werk in de visserijsector· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 december 2020

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: „commerciële visserij”, alle visserijactiviteiten, met inbegrip van visserijactiviteiten op rivieren, meren of kanalen, met uitzondering van visserij voor direct levensonderhoud en recreatieve visserij; „bevoegde autoriteit”, de minister die, het ministerie dat of een andere autoriteit die bevoegd is voorschriften, reglementen of andere instructies met kracht van wet uit te vaardigen en te handhaven met betrekking tot het onderwerp van de desbetreffende bepaling; „overleg”, overleg tussen de bevoegde autoriteit en de representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers en in het bijzonder de representatieve organisaties van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen en vissers, waar deze bestaan; „scheepsbeheerder van een vissersvaartuig”, de eigenaar van het vissersvaartuig of een andere organisatie of persoon, zoals de manager, de agent of de rompbevrachter, die de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vaartuig van de eigenaar heeft overgenomen en die, door het aanvaarden van die verantwoordelijkheid, ermee heeft ingestemd de taken en verantwoordelijkheden die in overeenstemming met het Verdrag aan scheepsbeheerders van vissersvaartuigen worden opgelegd, te aanvaarden ongeacht het feit of andere organisaties of personen bepaalde taken of verantwoordelijkheden namens de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig vervullen; „visser”, eenieder die, in enige hoedanigheid, hetzij in dienst is genomen, hetzij op andere wijze is gecontracteerd, hetzij een beroep uitoefent aan boord van een vissersvaartuig, met inbegrip van personen die aan boord werkzaam zijn en daarvoor een aandeel in de besomming ontvangen, maar met uitzondering van loodsen, marinepersoneel, andere personen in vaste dienst van een overheid, aan de wal gestationeerde personen die aan boord van een vissersvaartuig werk verrichten en visserijwaarnemers; „overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers”, een arbeidsovereenkomst of elke andere overeenkomst, op grond waarvan een visser aan boord van een vissersvaartuig werkt en die diens leef- en werkomstandigheden aan boord regelt; „vissersvaartuig of vaartuig”, elk schip of elke boot, ongeacht zijn aard en ongeacht de eigendomsvorm, dat of die wordt gebruikt of beoogd wordt voor gebruik bij de commerciële visserij; „brutotonnage”, de brutotonnage berekend in overeenstemming met de voorschriften inzake tonnagemetingen vervat in Bijlage I bij het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen,1969, of elk instrument tot wijziging of vervanging van dat verdrag; „lengte” (L), 96% van de totale lengte op een waterlijn op 85% van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de kiellijn, of de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning op die waterlijn, indien deze laatste lengte groter is. Bij vaartuigen die met stuurlast zijn ontworpen, moet de waterlijn waarop deze lengte gemeten wordt evenwijdig aan de ontwerplastlijn worden genomen; „lengte over alles” (LOA), de afstand in een rechte lijn evenwijdig aan de ontwerplastlijn tussen het voorste punt van de boeg en het achterste punt van de achtersteven; „wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst”, personen, bedrijven, instellingen, bureaus of andere organisaties in de publieke of private sector, die zich bezighouden met de werving van vissers namens scheepsbeheerders van vissersvaartuigen of de plaatsing van vissers bij scheepsbeheerders van vissersvaartuigen; „schipper”, de visser die het gezag voert over een vissersvaartuig.

Rechtspraak bij dit artikel