**1.** De vereisten van dit artikel zijn van toepassing op vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer die gewoonlijk langer dan drie dagen op zee blijven en na overleg op andere vaartuigen, rekening houdend met het aantal vissers aan boord, het vaargebied en de duur van de reis.
**2.** De bevoegde autoriteit:
vereist na overleg dat de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten en de praktijk, boordprocedures vaststelt voor de preventie van arbeidsongevallen, werkgerelateerd letsel en beroepsziekten, rekening houdend met de specifieke gevaren en risico’s op het desbetreffende vissersvaartuig; en
vereist dat scheepsbeheerders van vissersvaartuigen, schippers, vissers en andere belanghebbenden voldoende en passende begeleiding, trainingsmateriaal of andere relevante informatie ontvangen ten behoeve van het beoordelen en beheersen van risico’s voor de veiligheid en gezondheid aan boord van vissersvaartuigen.
**3.** Scheepsbeheerders van vissersvaartuigen:
waarborgen dat elke visser aan boord geschikte persoonlijke beschermende kleding en uitrusting ontvangt;
waarborgen dat elke visser aan boord een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde basisveiligheidstraining heeft gevolgd; de bevoegde autoriteit kan schriftelijk vrijstelling van dit vereiste verlenen aan vissers die hebben aangetoond over gelijkwaardige kennis en ervaring te beschikken; en
waarborgen dat vissers voldoende en redelijk bekend zijn gemaakt met de uitrusting en de bediening ervan, met inbegrip van de relevante veiligheidsmaatregelen voordat zij de uitrusting gaan gebruiken of deelnemen aan de desbetreffende activiteiten.
DEEL VI
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Verdrag betreffende werk in de visserijsector· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 december 2020