**1.** De Leden moeten verlangen dat vissersvaartuigen die langer dan drie dagen op zee blijven en die:
een lengte hebben van 24 meter of meer; of
normaliter meer dan 200 zeemijlen uit de kustlijn van de vlaggenstaat of buiten de buitengrens van zijn continentaal plat varen, naargelang welke afstand van de kustlijn het grootst is;
een geldig document aan boord hebben afgegeven door de bevoegde autoriteit waarin verklaard wordt dat het vaartuig door of namens de bevoegde autoriteit is geïnspecteerd ten behoeve van de naleving van de bepalingen van dit Verdrag inzake leef- en werkomstandigheden.
**2.** De geldigheidsduur van een dergelijk document kan samenvallen met de geldigheid van een nationaal of een internationaal veiligheidscertificaat voor vissersvaartuigen, maar de geldigheidsduur mag in geen geval langer zijn dan vijf jaar.
DEEL VII
Artikel 41
Artikel 41
Onderdeel van Verdrag betreffende werk in de visserijsector· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 december 2020