**1.** Een Lid dat een klacht ontvangt of het bewijs verkrijgt dat een vissersvaartuig dat onder zijn vlag vaart niet voldoet aan de vereisten van dit Verdrag neemt de noodzakelijke maatregelen om de zaak te onderzoeken en ervoor zorg te dragen dat maatregelen worden genomen om de eventueel geconstateerde tekortkomingen weg te nemen.
**2.** Indien een vissersvaartuig tijdens zijn normale gang van zaken of om operationele redenen een haven van een Lid aandoet en dat Lid een klacht ontvangt of bewijs verkrijgt dat dit vaartuig niet voldoet aan de vereisten van dit Verdrag, kan het een rapport gericht aan de regering van de vlaggenstaat van het vaartuig opstellen met een afschrift aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en de noodzakelijke maatregelen nemen om alle omstandigheden aan boord die kennelijk gevaarlijk zijn voor de veiligheid of gezondheid te verbeteren.
**3.** Bij het nemen van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde maatregelen, stelt het Lid de dichtstbijzijnde vertegenwoordiger van de vlaggenstaat onverwijld in kennis en verlangt dat deze vertegenwoordiger, indien mogelijk, aanwezig is. Het Lid mag het vaartuig niet onredelijk aanhouden of vertragen.
**4.** Voor de toepassing van dit artikel kan de klacht worden ingediend door een visser, een vereniging van beroepsbeoefenaren, een vereniging, een vakbond of, in het algemeen, eenieder die belang heeft bij de veiligheid van het vaartuig, mede waar het gevaren voor de veiligheid of gezondheid van de vissers aan boord betreft.
**5.** Dit artikel is niet van toepassing op klachten die een Lid kennelijk ongegrond acht.
DEEL VII
Artikel 43
Artikel 43
Onderdeel van Verdrag betreffende werk in de visserijsector· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 december 2020