Alle andere bezittingen, toebehorende aan bedoelde personen, worden belast in de Staat, waar deze personen hun fiscale woonplaats hebben.
Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 1, litt. b en c, geldt dit meer bepaaldelijk ten aanzien van schuldvorderingen, openbare effecten, aandelen, obligatiën en deelbewijzen uitgegeven door vennootschappen, gemeenschappen en welke andere instellingen ook, goud in staven of in geldstukken en bankbiljetten.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot voorkoming van dubbele aanslag inzake belastingen op het kapitaal· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 20 december 1951