**1.** Het pensioenstelsel zal aan een van de volgende regelen moeten voldoen:
de pensioenen krachtens dit stelsel geregeld:
moeten uitgekeerd worden aan de zeelieden, die een bepaalde diensttijd verricht hebben, bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaar of van 60 jaar, al naar gelang het stelsel zal bepalen;
mogen, met inbegrip van elke andere uitkering krachtens regelingen voor de sociale zekerheid, welke tegelijk aan de gepensionneerde betaald wordt, niet lager zijn dan 1,5 % van de beloning voor elk jaar dienst op zee, op de grondslag waarvan voor zijn rekening bijdragen zijn gestort voor elk jaar dienst op zee, in geval het een regeling betreft, welke een pensioen toekent met ingang van het vijfenvijftigste jaar, en van 2 % in geval het een regeling betreft, welke een pensioen toekent met ingang van het zestigste jaar;
de regeling moet pensioenen toekennen, waarvan de kosten, met inbegrip van die van elke andere uitkering krachtens regelingen voor de sociale zekerheid, welke tegelijk aan de gepensionneerde betaald wordt, en van die van enigerlei uitkering krachtens regelingen van sociale zekerheid te betalen aan personen, die ten laste van de overleden gepensionneerde kwamen (zoals die omschreven zijn in de nationale wet), een premie-opbrengst uit alle bronnen vorderen van ten minste 10 % van de globale beloning op basis waarvan de bijdragen, krachtens dit stelsel vereist, worden berekend.
**2.** De zeelieden mogen te samen niet meer dan de helft van de kosten dragen, die krachtens de regeling der pensioenen betaald moeten worden.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag betreffende de pensioenen van zeelieden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 1962