Het geestelijk, geneeskundig en hospitaalpersoneel, belast met de geneeskundige of geestelijke verzorging van de in de artikelen 12 en 13 bedoelde personen, moet, indien het in handen van de vijand valt, worden ontzien en beschermd; het mag zijn werkzaamheden voortzetten zolang zulks noodzakelijk is voor de verzorging van de gewonden en zieken. Het moet daarna worden teruggezonden zodra de opperbevelhebber onder wiens gezag het staat, zulks mogelijk oordeelt. Bij het verlaten van het schip mag het zijn persoonlijke eigendommen medenemen.
Indien het evenwel wegens de geneeskundige of geestelijke behoeften van krijgsgevangenen noodzakelijk blijkt een deel van dit personeel aan te houden, zal alles in het werk worden gesteld om het zo spoedig mogelijk te ontschepen.
Het aangehouden personeel is na ontscheping onderworpen aan de bepalingen van het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde, van 12 Augustus 1949.
HOOFDSTUK IV
Artikel 37
Artikel 37
Onderdeel van Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955