Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 17

Artikel 17

Onderdeel van Verdrag nopens het wegverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 19 oktober 1952

1. Ter verzekering van een gelijksoortig stelsel moeten de in elk der Verdragsluitende Staten aangenomen verkeerstekens, voorzover mogelijk, de enige zijn, welke langs de wegen van die Staat worden aangebracht. Voorzover het noodzakelijk mocht zijn een nieuw teken in te voeren, moeten de vorm en de kleur daarvan, alsmede het daarvoor gebezigde soort symbool overeenstemmen met het in die Staat geldende stelsel. 2. Het aantal vastgestelde tekens moet tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. De tekens mogen slechts worden aangebracht op plaatsen, waar hun tegenwoordigheid is vereist. 3. Gevaar-tekens moeten zijn aangebracht op een zodanige afstand van de plaats, waarop zij de aandacht moeten vestigen, dat een doelmatige waarschuwing van de weggebruikers is gewaarborgd. 4. Het is niet toegestaan aan een vastgesteld teken enige aanduiding aan te brengen, welke met het doel van dat teken geen verband houdt of de zichtbaarheid daarvan zou kunnen beperken, dan wel het kenmerkende ervan veranderen. 5. Borden en aanduidingen, welke met de vastgestelde tekens zouden kunnen worden verward of hun leesbaarheid zouden kunnen bemoeilijken, zijn niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel