**1.** De Verdragsluitende Staten staan een tot hun grondgebied toegelaten bestuurder, die aan de in Bijlage 8 omschreven voorwaarden voldoet, zonder verder examen toe op zijn wegen motorrijtuigen te besturen van de in de Bijlagen 9 en 10 bedoelde categorie of categorieën, indien hij in het bezit is van een geldig rijbewijs, hem daarvoor, nadat hij een rijvaardigheidsproef heeft afgelegd, uitgereikt door het bevoegde gezag van een andere Verdragsluitende Staat of van een van deszelfs samenstellende delen dan wel door een naar behoren door dat gezag gemachtigde vereniging.
**2.** Niettemin kunnen de Verdragsluitende Staten van een tot hun grondgebied toegelaten bestuurder vorderen, dat hij in het bezit is van een internationaal rijbewijs overeenkomstig het in Bijlage 10 vervatte model, in het bijzonder, wanneer het betreft een bestuurder uit een land, waar geen nationaal rijbewijs is vereist of waar het hem uitgereikte rijbewijs niet overeenstemt met het in Bijlage 9 vervatte model.
**3.** Het internationale rijbewijs moet zijn uitgereikt door het bevoegde gezag van een Verdragsluitende Staat of van een van deszelfs samenstellende delen, dan wel door een naar behoren door dat gezag gemachtigde vereniging, nadat de bestuurder een rijvaardigheidsproef heeft afgelegd, en moet door dat gezag of die vereniging zijn gezegeld of gestempeld. De houder is gerechtigd in alle Verdragsluitende Staten zonder verder examen motorrijtuigen te besturen, behorende tot de categorieën, waarvoor het rijbewijs is afgegeven.
**4.** Zowel het recht tot gebruik van het nationale rijbewijs als dat tot gebruik van het internationale rijbewijs mag worden ontkend, indien de voorwaarden, waaronder zij zijn afgegeven, klaarblijkelijk niet langer worden vervuld.
**5.** Een Verdragsluitende Staat of een van deszelfs samenstellende delen mag een bestuurder het recht tot gebruik van een of beide der bovengenoemde rijbewijzen slechts ontzeggen, indien de bestuurder een verkeersovertreding heeft begaan, welke ingevolge de nationale wetgeving van die Verdragsluitende Staat de intrekking van het rijbewijs met zich brengt. In zodanig geval mag de Verdragsluitende Staat of dat van deszelfs samenstellende delen, welke, onderscheidenlijk hetwelk, het recht tot gebruik van het rijbewijs heeft ontzegd, het rijbewijs intrekken en inhouden tot de periode van ontzegging van het recht is verstreken of tot, indien dit eerder is, de houder het grondgebied van de Verdragsluitende Staat verlaat, en op het rijbewijs van de ontzegging van het recht melding maken, alsmede de naam en het adres van de bestuurder opgeven aan het gezag, dat het rijbewijs heeft afgegeven.
**6.** Gedurende een periode van vijf jaar, aanvangende op het tijdstip van in werking treden van dit Verdrag, wordt iedere bestuurder, die tot het internationale verkeer is toegelaten overeenkomstig de bepalingen van het Internationale Verdrag betreffende het verkeer met motorrijtuigen, getekend te Parijs op 24 April 1926, of het Verdrag ter regeling van het Inter-Amerikaanse automobielverkeer, voor ondertekening opengesteld te Washington op 15 December 1943, en die in het bezit is van de dienovereenkomstig vereiste bescheiden, geacht aan de vereisten van dit artikel te voldoen.
HOOFDSTUK V
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Verdrag nopens het wegverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 19 oktober 1952