Elk rijwiel moet zijn voorzien:
van tenminste een goed werkende rem;
van een toestel om geluidssignalen te geven, welke op behoorlijke afstand hoorbaar zijn en welk toestel met uitsluiting van elk ander bestaat in een bel;
van het invallen der duisternis af en gedurende de nacht, alsmede indien de weersomstandigheden zulks vereisen, van een wit of geel licht aan de voorzijde en een rood licht of een rode reflector aan de achterzijde.
HOOFDSTUK VI
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Verdrag nopens het wegverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 19 oktober 1952