**1.** Wijzigingen van dit Verdrag kunnen door elk der Verdragsluitende Staten worden voorgesteld. Van de tekst van een voorgestelde wijziging wordt kennis gegeven aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties, die hem aan iedere Verdragsluitende Staat doet toekomen met verzoek binnen vier maanden mede te delen of hij:
verlangt, dat een conferentie ter overweging van de voorgestelde wijziging wordt bijeengeroepen;
de aanvaarding van de voorgestelde wijziging zonder conferentie voorstaat;
de verwerping van de voorgestelde wijziging zonder conferentie voorstaat.
De voorgestelde wijziging wordt door de Secretaris-Generaal eveneens doorgezonden aan alle niet-Verdragsluitende Staten, welke waren uitgenodigd tot bijwoning van de conferentie der Verenigde Naties voor wegverkeer en verkeer met motorrijtuigen.
**2.** De Secretaris-Generaal roept een conferentie van de Verdragsluitende Staten ter overweging van de voorgestelde wijziging bijeen, indien het bijeenroepen van een conferentie wordt verlangd:
als de voorgestelde wijziging enig onderdeel van het Verdrag, anders dan de Bijlagen betreft, door tenminste een vierde gedeelte der Verdragsluitende Staten;
als de voorgestelde wijziging een der Bijlagen, anders dan de Bijlagen 1 of 2 betreft, door ten minste een derde gedeelte der Verdragsluitende Staten;
als zij een der Bijlagen 1 of 2 betreft, door tenminste een derde gedeelte van de Staten, gebonden door de Bijlage, waarop de voorgestelde wijziging betrekking heeft.
De Secretaris-Generaal nodigt behalve de Verdragsluitende Staten voor de conferentie uit de overige Staten, welke waren uitgenodigd tot bijwoning van de conferentie der Verenigde Naties voor wegverkeer en verkeer met motorrijtuigen, alsmede Staten wier deelneming naar het oordeel van de Economische en Sociale Raad gewenst is.
De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing ingeval een wijziging van dit Verdrag overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel is aangenomen.
**3.** Een wijziging van dit Verdrag, welke door de conferentie met tweederde meerderheid van stemmen is aangenomen, wordt ter kennis van alle Verdragsluitende Staten gebracht ter fine van aanvaarding. Een wijziging van het Verdrag, niet de Bijlagen 1 of 2 betreffende, treedt negentig dagen na haar aanvaarding door tweederde gedeelte der Verdragsluitende Staten in werking voor alle Verdragsluitende Staten, behalve die, welke voor het in werking treden verklaren de wijziging niet aan te nemen.
Voor het in werking treden van een wijziging van een der Bijlagen 1 of 2 moet de meerderheid tweederde van de door de Bijlage gebonden Staten bedragen.
**4.** De conferentie kan ten tijde van de aanneming van een wijziging van dit Verdrag, niet de Bijlagen 1 of 2 betreffende, met tweederde meerderheid van stemmen besluiten, dat de wijziging van zodanige betekenis is, dat Verdragsluitende Staten, welke hebben verklaard haar niet te aanvaarden en zulks niet alsnog binnen een periode van twaalf maanden na het in werking; treden van de wijziging doen, na verloop dier periode ophouden partij te zijn bij het Verdrag.
**5.** Ingeval een tweederde meerderheid der Verdragsluitende Staten de Secretaris-Generaal overeenkomstig het eerste lid, onder b, van dit artikel mededeelt de aanvaarding van de wijziging zonder conferentie voor te staan, wordt van de beslissing dier Staten door de Secretaris-Generaal aan alle Verdragsluitende Staten kennis gegeven. De wijziging wordt dan na verloop van negentig dagen na de datum dier kennisgeving; van kracht voor alle Verdragsluitende Staten, behalve die, welke binnen die periode aan de Secretaris-Generaal mededelen tegen de wijziging bezwaar te hebben.
**6.** Voorzoveel betreft wijzigingen van de Bijlagen 1 of 2 en wijzigingen, welke niet onder de werking van het vierde lid van dit artikel vallen, blijven de bestaande bepalingen van kracht voor de Verdragsluitende Staten, welke een verklaring overeenkomstig het derde lid van dit artikel hebben afgelegd of overeenkomstig het vijfde lid hun bezwaar tegen de wijziging hebben kenbaar gemaakt.
**7.** Verdragsluitende Staten, welke met betrekking tot een wijziging een verklaring overeenkomstig het derde lid van dit artikel hebben afgelegd of overeenkomstig het vijfde lid van hun bezwaar hebben kennis gegeven, kunnen deze verklaring onderscheidenlijk dat bezwaar te allen tijde intrekken door een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving.
De wijziging is dan voor de betrokken Staat van kracht met ingang van het tijdstip van ontvangst der kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
HOOFDSTUK VII
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Verdrag nopens het wegverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 19 oktober 1952