Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Verdrag nopens het wegverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 19 oktober 1952

1. Ieder voertuig en ieder samenstel van voertuigen, hetwelk zich als een geheel voortbeweegt, moet een bestuurder hebben. 2. Trekdieren, lastdieren en rijdieren moeten een bestuurder hebben en behalve in speciale gebieden, welke bij de toegangen als zodanig zijn aangegeven, moet vee worden begeleid. 3. Een convooi van voertuigen of dieren moet het aantal bestuurders hebben, voorgeschreven door de nationale wetgeving; 4. Een convooi moet zo nodig zijn verdeeld in afdelingen van matige lengte waartussen ten behoeve van het verkeer voldoende ruimte wordt gelaten. Dit voorschrift is niet van toepassing op streken, waar het trekken van nomaden voorkomt. 5. Bestuurders moeten te allen tijde hun voertuigen of hun dieren in hun macht hebben. Bij het naderen van andere weggebruikers moeten zij de voor derzelver veiligheid vereiste voorzorgen in acht nemen.

Rechtspraak bij dit artikel