Naar hoofdinhoud
De belanghebbende, die in Italië verblijft, dient zijn aanvrage om een ouderdoms- of invaliditeitspensioen voor mijnwerkers in bij het I.N.P.S. en voegt daarbij alle bewijsstukken en alle, zowel krachtens de Nederlandse bijzondere regeling als krachtens de Italiaanse wetgeving vereiste documenten. Het I.N.P.S. zendt onverwijld aan het A.M.F. een formulier in tweevoud volgens een bepaald model, vermeldende de datum van de aanvrage, de gegevens omtrent de burgerlijke staat en de inlichtingen, welke het A.M.F. nodig heeft om de duur van de diensttijd in de Nederlandse mijnen vast te stellen, alsmede zijn bevindingen ten aanzien van de duur van de diensttijd in de Italiaanse mijnen, blijkende uit een gedetailleerd overzicht der diensttijdvakken, waarbij wordt vermeld of die diensten werden vervuld in kwaliteit van ondergronds dan wel van bovengronds arbeider. Het A.M.F. beoordeelt aan de hand van deze formulieren en van alle verdere inlichtingen, welke het nodig oordeelt in te winnen, of de diensttijden, vervuld in Italië in aanmerking kunnen komen om samengeteld te worden met die, welke werden vervuld onder de Nederlandse bijzondere regeling. Het stelt vervolgens het bedrag van het aan de aanvrager te verlenen Nederlandse pensioen vast en zendt aan het I.N.P.S. bedoeld formulier in tweevoud weder toe, waarop de van Nederlandse zijde genomen beslissing is vermeld, onder opgave van de diensttijden, vervuld in het Nederlands mijnbedrijf. Indien de aanvrager geen recht kan doen gelden op een pensioen ingevolge de Nederlandse bijzondere regeling, volgt het I.N.P.S. de procedure, waarin is voorzien voor de toepassing van artikel 11, derde lid, van het Verdrag. Nadat het I.N.P.S. een beslissing heeft genomen inzake de aanspraken van de aanvrager ten opzichte van de Italiaanse wetgeving, zendt het een exemplaar van genoemd formulier, waarop deze beslissing is vermeld, aan het A.M.F. terug.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel