Dit Verdrag kan worden opgezegd door elke Staat, welke Partij is, met inachtneming van een opzeggingstermijn van twaalf maanden.
Opzegging zal geschieden door schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Afschriften van zodanige kennisgeving zullen onmiddellijk door hem worden overgelegd aan alle Leden van de Verenigde Naties en aan de Staten, niet-Leden, aan welke de Secretaris-Generaal een afschrift van het Verdrag heeft gezonden. De opzegging zal van kracht worden één jaar na de datum, waarop deze aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties werd bericht, en zal alleen gelden ten aanzien van de Mogendheid, welke de opzegging heeft medegedeeld.
Het oorspronkelijke Verdrag is tot stand gekomen op 30 september 1921 (Stb. 1923/526) en is voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden op 19 september 1923 (Trb. 1961/103).
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Internationaal Verdrag ter bestrijding van de handel in vrouwen en kinderen, zoals gewijzigd door het Protocol van 12 november 1947· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 24 april 1950