De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen, alle maatregelen te nemen tot het opsporen en straffen van personen, die zich bezig houden met den handel in kinderen van beide seksen, welk misdrijf moet worden opgevat in den zin van artikel 1 van het verdrag van 4 Mei 1910.
Het oorspronkelijke Verdrag is tot stand gekomen op 30 september 1921 (Stb. 1923/526) en is voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden op 19 september 1923 (Trb. 1961/103).
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Internationaal Verdrag ter bestrijding van de handel in vrouwen en kinderen, zoals gewijzigd door het Protocol van 12 november 1947· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 24 april 1950