Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 58

Artikel 58

Onderdeel van Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2011

1. Iedere andere Staat kan tot het Verdrag toetreden nadat het overeenkomstig artikel 61, eerste lid, in werking is getreden. 2. De akte van toetreding dient te worden nedergelegd bij de depositaris. 3. De toetreding heeft slechts gevolg in de betrekkingen tussen de toetredende Staat en die Verdragsluitende Staten die niet binnen zes maanden na de ontvangst van de in artikel 63, letter b, bedoelde kennisgeving bezwaar hebben gemaakt tegen de toetreding van deze Staat. Een dergelijk bezwaar kan ook door een Staat worden gemaakt op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring indien deze na een toetreding plaatsvindt. Van elk bezwaar wordt kennis gegeven aan de depositaris.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel