**1.** De bevoegde autoriteit zal na raadpleging van de betrokken organisaties van reders en van zeelieden, de aard van het in te stellen geneeskundig onderzoek en de bijzonderheden, welke in het bewijs opgenomen zullen moeten worden, vaststellen.
**2.** Bij het vaststellen van de aard van het onderzoek moet rekening gehouden worden met de leeftijd van de betrokken persoon en de aard van het te verrichten werk.
**3.** Het geneeskundig bewijs zal in het bijzonder moeten bevestigen:
dat het gehoor en het gezicht van de houder, en wanneer het een persoon betreft, die dienst aan dek moet doen (met uitzondering van bepaald gespecialiseerd personeel, wiens geschiktheid voor de arbeid welke het zal hebben uit te oefenen niet door kleurenblindheid verminderd wordt) zijn onderscheidingsvermogen voor kleuren, voldoende zijn;
dat de houder niet lijdt aan enige aandoening die door de dienst op zee verergerd kan worden of die hem ongeschikt doet zijn voor die dienst of die gevaren voor de gezondheid van andere personen aan boord mee zou brengen.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag betreffende het geneeskundig onderzoek van zeelieden· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 17 december 1958