Gestraft wordt ieder, die, ter voldoening van eens anders lusten, eene meerderjarige vrouw of meisje, zelfs met haar goedvinden, met het oog op het plegen van ontucht in een ander land, heeft aangeworven, medegenomen of ontvoerd, zelfs dan wanneer de verschillende handelingen, die de bestanddeelen van het strafbare feit uitmaken, in verschillende landen gepleegd zijn.
De poging is eveneens strafbaar. Hetzelfde is het geval, binnen de grenzen der wet, met voorbereidende handelingen.
In den zin van dit artikel omvat het woord „land” de koloniën en protectoraten van de desbetreffende Hooge Verdragsluitende Partij, evenals de gebieden, welke onder haar suzereiniteit staan en die, waarvoor haar een mandaat is toevertrouwd.
Het oorspronkelijke verdrag is tot stand gekomen op 11 oktober 1933 (Stb. 1935/598) en is voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden op 19 november 1935 (Trb. 1961/104).
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Internationaal Verdrag ter bestrijding van de handel in meerderjarige vrouwen, zoals gewijzigd door het Protocol van 12 november 1947· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 24 april 1950