**1.** De taak van de arbeidsinspectie zal zijn:
a. het verzekeren van de naleving van de wettelijke bepalingen betreffende de arbeidsvoorwaarden en de bescherming van werknemers bij de uitoefening van hun werkzaamheden, zoals bepalingen betreffende de arbeidsduur, de lonen, de veiligheid, de gezondheid en het welzijn, de tewerkstelling van kinderen en jeugdige personen en andere verwante aangelegenheden, voor zover de inspecteurs van de arbeid er mede belast zijn de naleving van genoemde bepalingen te verzekeren;
b. het geven van technische inlichtingen en adviezen aan de werkgevers en aan de werknemers over de meest doeltreffende middelen om de wettelijke bepalingen na te leven;
c. het onder de aandacht van de bevoegde autoriteit brengen van de gebreken en misbruiken welke niet met name onder de bestaande wettelijke bepalingen vallen.
**2.** Indien aan de inspecteurs van de arbeid andere functies opgedragen zijn, zullen deze hen bij de uitoefening van hun voornaamste functies niet mogen hinderen noch zullen deze op enigerlei wijze afbreuk mogen doen aan het gezag of de onpartijdigheid, welke voor de inspecteurs bij hun betrekkingen met werkgevers en werknemers noodzakelijk zijn.
DEEL I
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 september 1952