**1.** Voor zoveel betreft de gebieden, bedoeld in artikel 35 van het Statuut der Internationale Arbeidsorganisatie, zoals dit is gewijzigd bij de Akte van wijziging van het Statuut der Internationale Arbeidsorganisatie, 1946, behoudens de gebieden, bedoeld in de leden 4 en 5 van dat aldus gewijzigde artikel, moet elk Lid der Organisatie, dat dit verdrag bekrachtigt, tegelijk met zijn bekrachtiging of zo spoedig mogelijk na zijn bekrachtiging aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau een verklaring doen toekomen, waarin het mededeelt:
a. de gebieden, ten aanzien waarvan het zich verbindt dat de bepalingen van het verdrag zonder wijziging worden toegepast;
b. de gebieden, ten aanzien waarvan het zich verbindt dat de bepalingen van het verdrag met wijzigingen worden toegepast, en waarin die wijzigingen bestaan;
c. de gebieden, waar het verdrag niet toegepast kan worden en in die gevallen, de redenen waarom;
d. de gebieden, ten aanzien waarvan het zich zijn beslissing voorbehoudt.
**2.** De verplichtingen, bedoeld onder a en b van het eerste lid van dit artikel, zullen geacht worden een integrerend deel van de bekrachtiging uit te maken en zullen dezelfde gevolgen hebben.
**3.** Elk Lid zal bij een nadere verklaring afstand kunnen doen van alle of een deel der voorbehouden, neergelegd in zijn oorspronkelijke verklaring volgens het bepaalde onder b, c en d van het eerste lid van dit artikel.
**4.** Elk Lid zal op enig tijdstip waarop dit verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 34 kan worden opgezegd, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring kunnen doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vroegere verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van bepaalde aangegeven gebieden uiteengezet wordt.
DEEL III
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 september 1952