Naar hoofdinhoud
(a). Onder de voorwaarden, gesteld bij dit Verdrag, zijn de bepalingen van elk der Wederkerigheidsverdragen inzake sociale zekerheid, welke gesloten zijn of gesloten worden tussen twee of meer Partijen bij dit Verdrag, alsmede alle aanvullende overeenkomsten, hoe ook genaamd, aangegaan in overeenstemming met de regelingen van dergelijke Verdragen (verder aangeduid als „Wederkerigheidsverdragen”) van toepassing op de onderdanen van elk der Verdragsluitende Partijen, voor zover die onderdanen vallen onder de wetgeving inzake sociale zekerheid van die Partijen. (b). Voor de toepassing van dit Verdrag worden onder „onderdanen”, „grondgebied”, „wetgeving inzake sociale zekerheid” en „bevoegde autoriteiten” verstaan de onderdanen, het grondgebied, de wetgeving inzake sociale zekerheid en de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partij in de zin van het toepasselijke Wederkerigheidsverdrag of de toepasselijke Wederkerigheidsverdragen, welke van kracht zijn of van kracht worden.

Rechtspraak bij dit artikel