Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Cultureel-akkoord tussen Nederland en Frankrijk· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 7 juli 1948

Met het oog op de problemen, die de uitvoering van dit Verdrag zal opwerpen, wordt een permanente gemengde Commissie ingesteld. Deze zal bestaan uit tien leden; ieder der Verdragsluitende Partijen wordt door vijf leden vertegenwoordigd. De samenstelling en de werkzaamheden van deze Commissie worden door de volgende beginselen beheerscht: De leden der Commissie worden voor Nederland benoemd door den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; voor Frankrijk door den Minister der Nationale Opvoeding. De lijst der leden van iedere Verdragsluitende Partij wordt langs den diplomatieken weg aan de Regeering der andere Partij ter goedkeuring doorgezonden. De gemengde Commissie vergadert in pleno telkenmale als de noodzakelijkheid daartoe gevoeld wordt en tenminste eenmaal 's jaars, om beurten in Nederland en in Frankrijk. De samenkomsten worden voorgezeten door een elfde lid, en wel de Nederlandsche Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen wanneer de vergadering plaats vindt in Nederland, de Fransche Minister der Nationale Opvoeding wanneer zij plaats vindt in Frankrijk. Indien vraagstukken van technischen aard in behandeling moeten worden genomen, die een gespecialiseerde kennis van zaken vereischen, kan de gemengde Commissie er toe overgaan subcommissies in te stellen, samengesteld uit leden gekozen uit of buiten haar midden, waarin ieder land door een gelijk aantal leden vertegenwoordigd wordt. De plaats van samenkomst en het voorzitterschap van deze subcommissies worden bepaald door dezelfde beginselen als onder 2 vastgesteld, met dien verstande dat het voorzitterschap daarvan kan berusten bij een persoon aan te wijzen door den Minister van het Land, waar de zitting plaats vindt.

Rechtspraak bij dit artikel