Voor de toepassing van dit verdrag wordt onder „nacht” verstaan: een tijdruimte van ten minste elf achtereenvolgende uren, waarin een door de bevoegde autoriteit te bepalen tijdsverloop van ten minste zeven achtereenvolgende uren, liggende tussen tien uur 's avonds en zeven uur 's morgens moet vallen; de bevoegde autoriteit kan verschillende tijdruimten voor verschillende streken, industrieën, ondernemingen of takken van industrieën of van ondernemingen voorschrijven, doch moet, vóórdat zij een tijdruimte na elf uur ’s avonds aanvangende vaststelt, de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties raadplegen.
DEEL I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag betreffende de nachtarbeid van vrouwen in de nijverheid werkzaam· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1955