Overtuigd van de nauwe gemeenschap harer belangen en van de noodzakelijkheid zich aaneen te sluiten teneinde het economisch herstel van Europa te bevorderen, zullen de Hoge Verdragsluitende Partijen haar economische werkzaamheden op dusdanige wijze organiseren en coördineren, dat deze het grootst mogelijke resultaat zullen opleveren, door opheffing van tegenstellingen in haar economische politiek, door harmonisering van haar productie en door ontwikkeling van haar onderlinge handelsverkeer.
De samenwerking beoogd in het vorige lid, die met name zal worden verwezenlijkt door de Raad voorzien in artikel VIII, zal er niet toe leiden, dat op het terrein van de werkzaamheid van andere economische organisaties, waarin de Hoge Verdragsluitende Partijen zijn of zullen zijn vertegenwoordigd, dubbel werk wordt verricht en de arbeid dezer organisaties wordt belemmerd; integendeel zal zij de werkzaamheid dezer organisaties ten goede komen.
Artikel I
Artikel I
Onderdeel van Verdrag van economische, sociale en culturele samenwerking en collectieve zelfverdediging tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 6 mei 1955