Getrouw aan haar besluit om haar geschillen slechts langs vreedzame weg te beslechten, komen de Hoge Verdragsluitende Partijen overeen, onderling de volgende bepalingen toe te passen:
De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen, zolang dit Verdrag van kracht is, alle geschillen beoogd in artikel 36, lid 2, van het Statuut van het Internationale Gerechtshof beslechten door deze voor het Hof te brengen, met alleen die reserves, welke ieder harer gemaakt mocht hebben bij de aanvaarding van de bepaling inzake de verplichte rechtspraak, en zulks slechts zolang die reserves zullen worden gehandhaafd.
De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen bovendien alle andere geschillen van die voorzien in artikel 36, lid 2, van het Statuut van het Internationale Gerechtshof, aan een verzoeningsprocedure onderwerpen.
Indien het geldt gemengde geschillen, waarvan enige elementen aan verzoening en andere aan rechtspraak zouden zijn onderworpen, zal iedere Partij bij het geschil het recht hebben te eisen, dat de rechterlijke beslissing omtrent de rechtskwesties aan de verzoeningsprocedure zal voorafgaan.
De bovenstaande bepalingen maken geen inbreuk op de van toepassing zijnde bepalingen of overeenkomsten, die een andere wijze van vreedzame beslechting voorschrijven.
Voorheen art. VIII.
Artikel X
Artikel X
Onderdeel van Verdrag van economische, sociale en culturele samenwerking en collectieve zelfverdediging tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 6 mei 1955