Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de culturele en intellectuele betrekkingen· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 augustus 1964

Met het oog op de problemen, die de uitvoering van dit Verdrag zal opwerpen, wordt een gemengde Commissie opgericht. Deze zal bestaan uit veertien leden; ieder der Verdragsluitende Partijen wordt door zeven leden vertegenwoordigd. De samenstelling en de werkzaamheden van de Commissie worden door de volgende principes beheerscht: De leden der Commissie worden voor Nederland benoemd door den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; voor België door den Minister van Openbaar Onderwijs. De lijst der leden van iedere Verdragsluitende Partij wordt langs den diplomatieken weg aan de Regeering der andere Partij ter goedkeuring toegezonden. De gemengde Commissie vergadert in pleno telkenmale als de noodzakelijkheid daartoe gevoeld wordt en ten minste eenmaal 's jaars, om beurten in Nederland en in België. Indien vraagstukken van technischen aard in behandeling moeten worden genomen, kan de gemengde Commissie er toe overgaan subcommissies op te richten, samengesteld uit leden, gekozen uit of buiten haar midden, waarin ieder land door een gelijk aantal leden vertegenwoordigd wordt. De plaats van samenkomst en het voorzitterschap van deze subcommissies worden geregeld door dezelfde principes als onder 2 vastgesteld, met dien verstande, dat het voorzitterschap daarvan kan berusten bij een persoon, aan te wijzen door den Minister van het land waar de zitting plaats vindt.

Rechtspraak bij dit artikel