**1.** In afwijking van de bepalingen vervat in dit Verdrag, kan iedere verdragsluitende Regering aan haar landgenoten een speciale vergunning verlenen, op grond waarvan zij walvissen voor wetenschappelijke doeleinden mogen doden, vangen en verwerken met inachtneming van de beperkingen betreffende het aantal en van de overige voorwaarden, die de verdragsluitende Regering noodzakelijk acht, terwijl de voorschriften van dit Verdrag niet van toepassing zijn op het doden, vangen en verwerken van walvissen in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel. Iedere verdragsluitende Regering is gehouden de Commissie van een zodanige door haar verleende machtiging onverwijld in kennis te stellen. Iedere verdragsluitende Regering is bevoegd te allen tijde een door haar op grond van dit artikel verleende speciale vergunning in te trekken.
**2.** Alle krachtens genoemde vergunning gevangen walvissen moeten zo volledig mogelijk verwerkt worden en de verkregen producten dienen overeenkomstig de aanwijzingen van de Regering, die de vergunning verleend heeft, te worden aangewend.
**3.** Elke verdragsluitende Regering zal aan een door de Commissie aan te wijzen instantie, binnen de grenzen van het mogelijke en met tussenpozen van niet langer dan een jaar, alle wetenschappelijke gegevens verstrekken, waarover zij met betrekking tot walvissen en de walvisvangst beschikt, alsmede de resultaten van de op grond van de bepalingen van lid 1 van uit artikel en van de bepalingen van artikel IV gedane onderzoekingen.
**4.** In aanmerking nemende, dat het geregeld verzamelen en analyseren van biologische gegevens, in verband met de werkzaamheden der fabrieksschepen en landstations, onontbeerlijk is voor een goede en verstandige uitoefening der walvisvangst, nemen de verdragsluitende Regeringen alle mogelijke maatregelen ter verkrijging van die gegevens.
Artikel VIII
Artikel VIII
Onderdeel van Verdrag tot regeling van de walvisvangst· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 14 juni 1977