Wanneer de ondertekenende mogendheden zich tot het Permanente Hof wensen te wenden voor de beslechting van een tussen hen gerezen geschil, dienen de arbiters die verzocht worden het scheidsgerecht te vormen dat bevoegd is tot een uitspraak over het geschil, te worden gekozen uit de algemene lijst van leden van het Hof.
Indien de partijen niet onmiddellijk overeenstemming bereiken omtrent de samenstelling van het scheidsgerecht, wordt op de volgende wijze gehandeld:
Elke partij benoemt twee arbiters en deze kiezen tezamen een opperarbiter.
Bij staking van de stemmen wordt de keuze van de opperarbiter toevertrouwd aan een derde mogendheid, die in gemeenschappelijk overleg door de partijen wordt aangewezen.
Indien hieromtrent geen overeenstemming kan worden bereikt, wijst elke partij een andere mogendheid aan en de keuze van de opperarbiter geschiedt in gemeenschappelijk overleg door de aldus aangewezen mogendheden.
Nadat het scheidsgerecht aldus is samengesteld stellen de partijen het Bureau in kennis van hun besluit zich tot het Hof te wenden alsmede van de namen van de arbiters.
Het scheidsgerecht komt bijeen op de door de partijen vastgestelde datum.
De leden van het Hof genieten, bij de uitoefening van hun functie en buiten hun vaderland, diplomatieke voorrechten en immuniteiten.
De Franse tekst van het Verdrag en de vertaling zijn oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1900/163.
TITEL IV › HOOFDSTUK II
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 4 september 1900