De partijen kunnen zich in het compromis het recht voorbehouden om herziening van de arbitrale uitspraak te verzoeken.
In dat geval wordt het verzoek, tenzij anders overeengekomen, gericht aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan. Het verzoek mag uitsluitend gegrond zijn op de ontdekking van een nieuw feit dat een beslissende invloed op de uitspraak zou kunnen hebben gehad en dat bij de sluiting van de debatten onbekend was bij het scheidsgerecht zelf en bij de partij die om de herziening heeft verzocht.
De herzieningsprocedure mag uitsluitend door een beslissing van het scheidsgerecht worden geopend, waarbij uitdrukkelijk het bestaan wordt uitgesproken van het nieuwe feit, daarbij erkennend dat het feit aan de vereisten zoals in het vorige lid vermeld voldoet en het verzoek op die grond ontvankelijk wordt verklaard.
In het compromis wordt de termijn bepaald waarbinnen het verzoek tot herziening moet worden gedaan.
De Franse tekst van het Verdrag en de vertaling zijn oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1900/163.
TITEL IV › HOOFDSTUK III
Artikel 55
Artikel 55
Onderdeel van Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 4 september 1900