Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen en vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 4 oktober
2010 zal, wanneer in deze Overeenkomst wordt verwezen naar
onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen
als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese
Unie (Trb. 2019/80).
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 4 oktober
2010 zal, wanneer in deze Overeenkomst wordt verwezen naar
onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen
als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese
Unie (Trb. 2019/80).
Artikel 14
Erkenning van bewijzen en vergunningen
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Republiek Vietnam inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 12 mei 1994