De Raadgevende Vergadering komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen. Het tijdstip van aanvang en de duur van deze zitting worden vastgesteld door de Vergadering op zodanige wijze, dat zoveel mogelijk wordt vermeden, dat zij samenvalt met de zittingen van de Parlementen van de Leden en met de zittingen van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. In geen geval zal een gewone zitting langer duren dan een maand, tenzij de Vergadering en het Comité van Ministers eenstemmig anders beslissen.
HOOFDSTUK V
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Statuut van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 9 december 1974