De bevoegde autoriteiten van elk van de Verdragsluitende Staten hebben het recht zonder onredelijke vertraging luchtvaartuigen van de andere Verdragsluitende Staten bij landing of vertrek te doorzoeken en de bewijzen en andere bescheiden, door dit Verdrag voorgeschreven, te controleren.
DEEL I › HOOFDSTUK II
Artikel 16
Doorzoeken van luchtvaartuigen
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962