Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich, zodanige maatregelen te treffen voor hulpverlening aan luchtvaartuigen, die boven zijn grondgebied in nood verkeren, als hij uitvoerbaar acht en onder toezicht van zijn eigen autoriteiten de eigenaren van het luchtvaartuig of de autoriteiten van de Staat waarin het luchtvaartuig is ingeschreven, toe te staan zodanige bijstand te verlenen als de omstandigheden noodzakelijk maken. Elke Verdragsluitende Staat doet opsporing van vermiste luchtvaartuigen geschieden in geordende samenwerking volgens maatregelen welke op grond van dit Verdrag van tijd tot tijd kunnen worden aanbevolen.
DEEL I › HOOFDSTUK IV
Artikel 25
In nood verkerende luchtvaartuigen
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962