Noch de Voorzitter van de Raad, noch de Secretaris-Generaal, noch ander personeel mag van enig gezag buiten de Organisatie opdrachten vragen of aanvaarden met betrekking tot de vervulling van zijn taak. Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich het internationale karakter van de taak van het personeel volledig te eerbiedigen en niet te zullen trachten zijn onderdanen bij de vervulling van hun taak te beïnvloeden.
DEEL II › HOOFDSTUK XI
Artikel 59
Internationaal karakter van het personeel
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962