Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Cultureel accoord tussen Nederland en Luxemburg· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 22 september 1953

Met het oog op de problemen, die de uitvoering van dit Verdrag zal opwerpen, wordt een gemengde Commissie ingesteld. Deze zal bestaan uit zes leden: ieder der Verdragsluitende Partijen wordt door drie leden vertegenwoordigd. De samenstelling en de werkzaamheden van de Commissie worden door de volgende beginselen beheerst: De leden van de Commissie worden voor Nederland benoemd door de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, voor Luxemburg door de Minister van Nationale Opvoeding, Kunsten en Wetenschappen. De lijst der leden van iedere Verdragsluitende Partij wordt langs de diplomatieke weg aan de Regering der andere Partij ter goedkeuring toegezonden. De gemengde Commissie vergadert in pleno telkenmale als de noodzakelijkheid daartoe gevoeld wordt en ten minste eenmaal 's jaars, om beurten in Luxemburg en in Nederland. De samenkomsten worden voorgezeten door de betrokken Minister van het land, waar de vergadering plaats heeft, of door zijn afgevaardigde. Indien vraagstukken van technische aard in behandeling moeten worden genomen, kan de gemengde Commissie ertoe overgaan subcommissies in te stellen, welke zijn samengesteld uit leden, gekozen uit of buiten haar midden, waarin ieder land door een gelijk aantal leden vertegenwoordigd wordt. De plaats van samenkomst en het voorzitterschap van deze subcommissies worden geregeld door dezelfde principes als onder 2 vastgesteld, met dien verstande, dat het voorzitterschap daarvan kan berusten bij een persoon, aan te wijzen door de Minister van het land waar de zitting plaats vindt.

Rechtspraak bij dit artikel