**1.** Aan boord van alle schepen moet voldoende sanitaire uitrusting, met inbegrip van wasbakken, kuipbaden en/of douches, aanwezig zijn.
**2.** Er zullen ten minste aan w.c.'s aanwezig moeten zijn:
aan boord van schepen van minder dan 800 ton: drie;
aan boord van schepen van 800 ton en meer, doch minder dan 3000 ton: vier;
aan boord van schepen van 3000 ton of meer: zes;
aan boord van schepen, waar de radiotelegrafisten afgezonderd van de andere schepelingen zijn gehuisvest, moeten de sanitaire inrichtingen bij of naast hun verblijven zijn aangebracht.
**3.** De nationale wetgeving moet met inachtneming van de voorschriften van lid 4 van dit artikel de verdeling van de w.c.'s over de verschillende groepen voorschrijven.
**4.** Sanitaire inrichtingen voor alle leden van de bemanning, die geen hutten bewonen, welke van dergelijke inrichtingen zijn voorzien, moeten voor elke categorie van de bemanning aanwezig zijn naar de volgende maatstaf:
één kuipbad en/of douche voor elke 8 personen of minder;
één w.c. voor elke 8 personen of minder;
één wasbak voor elke 6 personen of minder;
met dien verstande, dat, indien het aantal personen in een categorie een of meer veelvouden van hierboven aangegeven aantallen met minder dan de helft daarvan overschrijdt, dit overschot voor de toepassing van het bovenstaande kan worden verwaarloosd.
**5.** Indien de grootte der bemanning meer dan 100 bedraagt, en aan boord van passagiersschepen, die in de regel reizen van niet meer dan 4 uur maken, mag door de bevoegde autoriteit met bijzondere omstandigheden rekening worden gehouden of een vermindering van het aantal inrichtingen worden overwogen.
**6.** Koud en warm zoetwater of middelen tot verwarming van water moeten in alle gemeenschappelijke wasplaatsen beschikbaar zijn. De bevoegde autoriteit mag na raadpleging van de organisaties van reders en/of van de reders zelf en van de erkende bona fide zeeliedenbonden, de maximum hoeveelheid zoetwater vaststellen, die door de reder per opvarende en per dag moet worden verstrekt.
**7.** Wasbakken en kuipbaden moeten voldoende afmetingen hebben en vervaardigd zijn van goedgekeurd materiaal met een gladde oppervlakte, niet onderhevig aan scheuren, schilferen of roesten.
**8.** Alle w.c.'s moeten onafhankelijk van elk ander deel van de verblijven op de buitenlucht ventileren.
**9.** Alle w.c.'s moeten van een goedgekeurd model zijn, met flinke waterstraal, welke steeds beschikbaar moet zijn en voor elke w.c. afzonderlijk kan worden geregeld.
**10.** Murf- en afvoerpijpen moeten van voldoende afmetingen zijn en zodanig zijn aangelegd, dat de kans van verstopping zo klein mogelijk is en het schoonhouden vergemakkelijkt wordt.
**11.** Sanitaire inrichtingen bestemd voor meer dan één persoon moeten voldoen aan de volgende eisen:
de vloer moet van goedgekeurd duurzaam materiaal, gemakkelijk te reinigen en ondoordringbaar voor vocht zijn en moet van een behoorlijke waterafvoer zijn voorzien;
schotten moeten van staal of ander goedgekeurd materiaal zijn, waterdicht tot tenminste 23 cm boven de vloer;
de inrichting moet voldoende verlicht, verwarmd en geventileerd zijn;
w.c.'s moeten op een gemakkelijk bereikbare plaats, doch afgescheiden van slaapverblijven en wasgelegenheden zijn gelegen, zonder directe toegang uit de slaapverblijven of uit de gang tussen slaapverblijven en w.c.'s, waarnaar geen andere toegang voert, met dien verstande, dat dit geen betrekking heeft op een w.c. in een ruimte tussen twee slaapverblijven, die tezamen voor niet meer dan 4 personen zijn bestemd;
indien er meer dan één w.c. in dezelfde ruimte is, moeten deze w.c.'s voldoende zijn afgeschoten, teneinde afzondering te verzekeren.
**12.** Aan boord van alle schepen moet, rekening gehouden met de grootte van de bemanning en de normale reisduur, voldoende gelegenheid voor wassen en drogen van kleren zijn.
**13.** De gelegenheid voor het wassen van kleren moet geschikte bakken omvatten, die in de wasplaatsen mogen zijn opgesteld, wanneer het niet redelijk en praktisch mogelijk is afzonderlijke wasserijen in te richten. Zij moeten voorzien zijn van voldoende aanvoer van koud en warm zoetwater of middelen tot verwarming van water.
**14.** Er moet een ruimte zijn, afgescheiden van de slaap- en de eetverblijven, waar gelegenheid is voor het drogen van kleren, welke voldoende is geventileerd, verwarmd en voorzien van drooglijnen of andere middelen tot ophanging van de kleren.
DEEL III
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (herzien), 1949· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 december 1958