Elke overeenkomstsluitende Staat neemt op zich, dat bij het instellen en uitoefenen van doorgaande diensten behoorlijk rekening zal worden gehouden met de belangen van de andere overeenkomstsluitende Staten, door niet onnoodig hun locale diensten te hinderen of de ontwikkeling van hun doorgaande diensten te bemoeilijken.
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Overeenkomst inzake het internationale luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 8 februari 1945