Sectie 1. Bevoegdheid tot het toewijzen van bijzondere trekkingsrechten
Ten einde te voorzien in de behoefte – wanneer en in de mate waarin deze zich voordoet – aan een aanvulling op de bestaande reservemiddelen, is het Fonds bevoegd bijzondere trekkingsrechten toe te wijzen, in overeenstemming met de bepalingen van Artikel XVIII, aan leden die participant zijn in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.
Bovendien wijst het Fonds bijzondere trekkingsrechten toe aan leden die, in overeenstemming met de bepalingen van Schema M, participant zijn in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.
Sectie 2. Waardebepaling van het bijzondere trekkingsrecht
De wijze van waardebepaling van het bijzondere trekkingsrecht wordt door het Fonds bepaald met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal, met dien verstande echter dat een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal vereist is voor een verandering in het beginsel van waardebepaling of voor een fundamentele verandering in de toepassing van het geldende beginsel.
Artikel XV
Bijzondere trekkingsrechten
Onderdeel van Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 10 augustus 2009