Naar hoofdinhoud
(1). Alle personen (behalve dezulken, die burger van de Verenigde Staten waren op het tijdstip van hun vertrek uit Nederland alsmede de Nederlanders, die uit hoofde van hun dienstbetrekking als rijksambtenaar in vaste dienst buiten het Koninkrijk verblijf houden en de bij hen inwonende leden van hun gezin) die Nederland hebben verlaten tussen 30 April 1939 en 31 December 1945 (deze dag inbegrepen), en die beschouwd worden belastingplichtig te zijn volgens de bepalingen van de Nederlandse wet betreffende de vermogensaanwasbelasting of betreffende de vermogensheffing ineens, en die tijdens dat tijdvak inwoner werden van de Verenigde Staten (overeenkomstig de wet op de inkomstenbelasting der Verenigde Staten) en die niet vóór of op 31 December 1945 naar Nederland terugkeerden om hun woonplaats in Nederland, in de zin van de wetgeving op de inkomstenbelasting te herkrijgen, zullen in Nederland belastbaar zijn: (a) ingevolge de wet op de vermogensaanwasbelasting uitsluitend voor de vermogensaanwas, voortvloeiende uit hun in Nederland gelegen vermogen (als omschreven in deze wet in het geval van niet-inwoners) en uit hun werkzaamheden in Nederland; (b) ingevolge de wet op de vermogensheffing ineens uitsluitend voor hun in Nederland gelegen vermogen (als omschreven in deze wet in het geval van niet-inwoners). (2). Alle personen die Nederland verlieten tussen 30 April 1939 en 31 December 1945 (deze dag inbegrepen) en die ten tijde van hun vertrek uit Nederland burger van de Verenigde Staten waren, en die beschouwd worden belastingplichtig te zijn volgens de bepalingen van de Nederlandse wet betreffende de vermogensaanwasbelasting of betreffende de vermogensheffing ineens, en die inwoner van de Verenigde Staten werden (overeenkomstig de wet op de inkomstenbelasting der Verenigde Staten) vóór of op 31 December 1945, zullen in Nederland belastbaar zijn: (a) ingevolge de wet op de vermogensaanwasbelasting uitsluitend voor de vermogensaanwas, voortvloeiende uit hun in Nederland gelegen vermogen (als omschreven in deze wet in het geval van niet-inwoners) en uit hun werkzaamheden in Nederland; (b) ingevolge de wet op de vermogensheffing ineens uitsluitend van hun in Nederland gelegen vermogen (als omschreven in deze wet in het geval van niet-inwoners). (3). De bepalingen van dit Artikel zullen gerekend worden van kracht te zijn alsof dit Verdrag in werking was getreden op de datum van in werking treden van de Nederlandse wet betreffende de vermogensaanwasbelasting, of vermogensheffing ineens, al naar gelang van het geval.

Rechtspraak bij dit artikel