**1.** De vervoerder maakt een voorbehoud bij de in artikel 36, eerste lid, bedoelde informatie om aan te geven dat hij geen verantwoordelijkheid aanvaardt voor de juistheid van de door de afzender verstrekte informatie indien:
de vervoerder over feitelijke kennis beschikt dat een essentiële vermelding in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand onjuist of misleidend is; of
de vervoerder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat een essentiële vermelding in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand onjuist of misleidend is.
**2.** Onverminderd het eerste lid van dit artikel kan de vervoerder een voorbehoud maken bij de in artikel 36, eerste lid, bedoelde informatie, in de in het derde en vierde lid van dit artikel bedoelde omstandigheden en op de daarin vervatte wijze, om aan te geven dat de vervoerder geen verantwoordelijkheid aanvaardt voor de juistheid van de door de afzender verstrekte informatie.
**3.** Wanneer de goederen niet aan de vervoerder of een uitvoerende partij voor vervoer worden aangeboden in een gesloten container of voertuig of wanneer zij wel in een gesloten container of voertuig worden aangeleverd en door de vervoerder of een uitvoerende partij daadwerkelijk worden geïnspecteerd, kan de vervoerder een voorbehoud maken bij de informatie bedoeld in artikel 36, eerste lid, indien:
het voor de vervoerder vanuit fysiek oogpunt niet doenlijk of vanuit commercieel oogpunt onredelijk was om de door de afzender verstrekte informatie te controleren, in welk geval de vervoerder kan aangeven welke informatie niet gecontroleerd kon worden; of
de vervoerder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de door de afzender geleverde informatie onjuist is, in welk geval hij een bepaling kan toevoegen met daarin de informatie die hij redelijkerwijs als juist beschouwt.
**4.** Wanneer de goederen aan de vervoerder of een uitvoerende partij voor vervoer worden aangeleverd in een gesloten container of voertuig, kan de vervoerder een voorbehoud maken bij de informatie bedoeld in:
artikel 36, eerste lid, onderdelen a, b of c, indien:
de goederen in de container of het voertuig niet daadwerkelijk zijn geïnspecteerd door de vervoerder of een uitvoerende partij; en
de vervoerder noch een uitvoerende partij anderszins feitelijk kennis had van de inhoud daarvan voorafgaand aan de afgifte van het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand; en
artikel 36, eerste lid, onderdeel d, indien:
de vervoerder noch een uitvoerende partij de container of het voertuig heeft gewogen en de afzender en de vervoerder niet voorafgaand aan de verscheping waren overeengekomen dat de container of het voertuig zou worden gewogen en het gewicht zou worden vermeld in de overeenkomstgegevens; of
het vanuit fysiek oogpunt niet doenlijk of vanuit commercieel oogpunt onredelijk was om het gewicht van de container of het voertuig te controleren.
HOOFDSTUK 8
Artikel 40
Voorbehouden bij de informatie inzake de goederen in de overeenkomstgegevens
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake de overeenkomsten voor het internationaal vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee· Arbitrage