**1.** Indien het een Lid betreft, wiens territoir grote gebieden bevat, waar, door de dunbevolktheid of door het stadium van ontwikkeling van het gebied, de bevoegde autoriteit de toepassing van dit Verdrag onuitvoerbaar acht, kan die autoriteit, na overleg met de betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar die bestaan, die gebieden van de toepassing van dit Verdrag uitzonderen, hetzij in het algemeen, hetzij met de uitzonderingen ten aanzien van bepaalde ondernemingen of beroepen, welke zij geschikt acht.
**2.** Elk Lid moet in zijn eerste jaarrapport betreffende de toepassing van dit Verdrag, ingediend krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, aangeven voor welke gebieden het zich voorstelt gebruik te maken van de bepalingen van dit artikel, en moet de redenen daarvoor opgeven; geen Lid kan na de datum waarop zijn eerste jaarrapport werd ingediend, een beroep doen op de bepalingen van dit artikel, behoudens ten aanzien van de aangegeven gebieden.
**3.** Elk Lid, dat gebruik maakt van de bepalingen van dit artikel, moet telkens na verloop van een termijn, welke ten hoogste drie jaren mag bevatten, in overleg met de betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar deze bestaan, de mogelijkheid opnieuw onderzoeken om het Verdrag van toepassing te doen zijn op gebieden, die krachtens lid 1 uitgezonderd zijn.
**4.** Elk Lid, dat gebruik maakt van de bepalingen van dit artikel, moet in volgende jaarrapporten de gebieden aangeven ten aanzien waarvan het van zijn recht afstand doet om gebruik te maken van de bepalingen van dit artikel, alsmede enige vooruitgang gericht op een steeds verdergaande toepassing van dit Verdrag in die gebieden.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden (overheidscontracten)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 20 mei 1953