De roerende en onroerende goederen der verenigingen tot hulpverlening, aan wie de bij het Verdrag geregelde bevoorrechte positie is verleend, worden als particulier eigendom beschouwd.
Het door de wetten en gebruiken van de oorlog aan de oorlogvoerenden toegekend recht van vordering zal slechts in geval van dwingende noodzaak worden uitgeoefend en alleen nadat de verzorging van de gewonden en zieken is veilig gesteld.
HOOFDSTUK V
Artikel 34
Artikel 34
Onderdeel van Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955