Zodra hij is geïnterneerd of uiterlijk één week na aankomst in een interneringsoord en evenzo in geval van ziekte, overbrenging naar een ander interneringsoord of naar een ziekeninrichting, zal iedere geïnterneerde in de gelegenheid worden gesteld enerzijds aan zijn familie en anderzijds aan het Centraal Bureau, bedoeld in artikel 140, rechtstreeks een interneringskaart te zenden, zo mogelijk overeenkomstig het als bijlage aan dit Verdrag gehecht model, welke hen inlicht over zijn internering, adres en gezondheidstoestand. Bedoelde kaarten moeten met de grootst mogelijke spoed worden doorgezonden en mogen op geen enkele wijze worden opgehouden.
TITEL III › AFDELING IV › HOOFDSTUK VIII
Artikel 106
Artikel 106
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955