De bescherming waarop burgerziekeninrichtingen recht hebben, zal niet eindigen, tenzij daarvan, buiten haar menslievende taak, gebruik wordt gemaakt voor het plegen van voor de vijand schadelijke handelingen. De bescherming zal echter eerst eindigen na een sommatie waarbij, in alle daarvoor in aanmerking komende gevallen, een redelijke termijn is gesteld en waaraan geen gevolg is gegeven.
Het feit, dat zieke of gewonde leden van de gewapende macht in deze inrichtingen worden verpleegd, of dat daarin aan deze strijders ontnomen draagbare wapens en munitie welke nog niet aan de bevoegde tak van dienst zijn afgeleverd, aanwezig zijn, zal niet worden beschouwd als een voor de vijand schadelijke handeling.
TITEL II
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955