Vliegtuigen welke uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van gewonde en zieke burgers, van gebrekkigen en kraamvrouwen, dan wel voor het vervoer van geneeskundig personeel en materieel, mogen niet worden aangevallen, maar moeten worden ontzien zolang zij vliegen op hoogten, op tijden en volgens routes, zoals deze uitdrukkelijk bij overeenkomst tussen alle betrokken Partijen bij het conflict zijn vastgesteld.
Zij mogen worden voorzien van het kenteken, bedoeld in artikel 38 van het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde, van 12 Augustus 1949.
Tenzij anders overeengekomen, is het overvliegen van vijandelijk of door de vijand bezet gebied verboden.
Bedoelde vliegtuigen moeten aan iedere sommatie om te landen gevolg geven. In geval van een zodanige gedwongen landing mag het vliegtuig met de inzittenden, na een eventueel onderzoek, zijn vlucht vervolgen.
TITEL II
Artikel 22
Artikel 22
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955