De Hoge Verdragsluitende Partijen komen nadrukkelijk overeen, dat het ieder van haar verboden is enige maatregel te nemen, welke lichamelijk lijden of uitroeiing van beschermde personen die zich in haar macht bevinden, veroorzaken. Dit verbod betreft niet alleen levensberoving, marteling, lijfstraffen, verminking en geneeskundige of wetenschappelijke proefnemingen welke de geneeskundige behandeling van een beschermd persoon niet vereist, maar ook alle andere vormen van ruwheid, door burger- dan wel militaire functionarissen toegepast.
TITEL III › AFDELING I
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955