Het is de bezettende Mogendheid verboden de staat van ambtenaren of van leden van de rechterlijke macht in het bezette gebied te wijzigen of op enigerlei wijze te hunnen aanzien strafmaatregelen toe te passen dan wel dwang- of discriminerende maatregelen te nemen, ingeval zij zich op grond van gewetensbezwaren van de uitoefening van hun functie mochten onthouden.
Dit verbod vormt geen belemmering voor de toepassing van het tweede lid van artikel 51. Het laat het recht van de bezettende Mogendheid om dragers van openbare ambten van hun functies te ontheffen onverlet.
TITEL III › AFDELING III
Artikel 54
Artikel 54
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955