Het dagelijks voedselrantsoen van geïnterneerden moet, wat hoeveelheid, hoedanigheid en afwisseling betreft, voldoende zijn om een normale gezondheidstoestand te verzekeren en het ontstaan van stoornissen door gemis aan bepaalde stoffen te voorkomen. Rekening moet ook worden gehouden met de voeding waaraan de geïnterneerden gewend waren.
Geïnterneerden zullen bovendien de middelen ontvangen om zelf het extra voedsel waarover zij mochten beschikken, toe te bereiden.
Voldoende drinkwater moet aan de geïnterneerden worden verstrekt. Het gebruik van tabak is geoorloofd.
Geïnterneerden die arbeiden, moeten extra voeding ontvangen in evenredigheid met de aard van de arbeid welke zij verrichten.
Zwangere en zogende vrouwen en kinderen beneden 15 jaar moeten extra voeding ontvangen, overeenkomstig hun lichamelijke behoeften.
TITEL III › AFDELING IV › HOOFDSTUK III
Artikel 89
Artikel 89
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955