**1.** De borden voor de gevaarstekens hebben de vorm van een gelijkzijdige driehoek met één punt omhoog gericht, behalve dat voor het teken nadering voorrangsweg (I, 22), waarvan één punt omlaag is gericht.
**2.** Deze verkeersborden hebben een rode rand om een witte of gele achtergrond. De symbolen zijn zwart, althans donker van kleur.
**3.** Voor tekens van het standaard formaat bedraagt de lengte van elke zijde van de driehoek tenminste 90 centimeter; van het verkleinde formaat tenminste 60 centimeter.
**4.** De tekens zijn aangebracht aan de wegzijde, waarlangs het verkeer, waarop zij betrekking hebben, nadert en zijn het verkeer tegemoet gewend. Zij mogen aan de andere zijde van de weg worden herhaald.
**5.** Voorzover hierna in dit Protocol niet anders wordt bepaald, zijn de tekens aangebracht op een afstand van tenminste 150 en ten hoogste 250 meter van het gevaarlijke punt, waarop zij doelen, tenzij zulks ten gevolge van plaatselijke omstandigheden onuitvoerbaar is. In dergelijke uitzonderingsgevallen wordt het teken aangebracht op minder dan 150 meter afstand, doch zo ver mogelijk verwijderd van het gevaarlijke punt en worden bijzondere voorzieningen getroffen.
**6.** De hoogte der tekens bedraagt ten hoogste 2.20 meter en, buiten bebouwde kommen, tenminste 60 centimeter.
**7.** De tekens zijn zo aangebracht, dat zij niet aan het oog kunnen worden onttrokken en geen hinder aan voetgangers kunnen berokkenen.
DEEL II › HOOFDSTUK II
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Protocol nopens de verkeerstekens· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1964