Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK II

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Protocol nopens de verkeerstekens· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1964

1. Het teken „BEWAAKTE SPOORWEGOVERGANG” (I, 8) wordt gebruikt ter aanduiding van de nadering van iedere bewaakte spoorwegovergang en van iedere spoorwegovergang welke is voorzien van schuins tegenover elkaar gelegen halve afsluitbomen aan weerszijden van de spoorbaan. 2. Het teken „ONBEWAAKTE SPOORWEGOVERGANG” (I, 9) wordt gebruikt ter aanduiding van de nadering van iedere spoorwegovergang, welke niet is voorzien van afsluitbomen of halve afsluitbomen. 3. Op wegen met een intensief verkeer met motorrijtuigen gedurende de nacht zijn de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde tekens doelmatig verlicht of voorzien van reflectoren of reflecterende materialen. 4. Wanneer op spoorwegovergangen, welke zijn voorzien van afsluitbomen of halve afsluitbomen deze afsluitbomen of halve afsluitbomen dwars over de weg zijn neergelaten, betekent dit dat geen enkele weggebruiker de spoorbaan mag oversteken; het neerlaten of ophalen van afsluitbomen of halve afsluitbomen heeft dezelfde betekenis. 5. De afsluitbomen en halve afsluitbomen van spoorwegovergangen zijn geschilderd in rode en witte, dan wel in rode en lichtgele strepen. De afsluitbomen mogen evenwel ook wit of lichtgeel zijn geschilderd met in het midden een grote rode schijf. Teneinde de afsluitbomen des nachts beter zichtbaar te maken, zijn zij voorzien van rode lichten of rode reflectoren, dan wel verlicht door een schijnwerper, zolang zij niet volledig zijn geopend. 6. Bij alle spoorwegovergangen, welke niet zijn voorzien van afsluitbomen of halve afsluitbomen is in de onmiddellijke nabijheid van de spoorweg een teken aangebracht in de vorm van een Andreaskruis (I, 10 en I, 11) of een rechthoekig verkeersbord, waarop dat kruis tegen een neutrale achtergrond is aangebracht. Het Andreaskruis, of in elk geval de naar beneden gerichte armen ervan, kunnen dubbel zijn ingeval van dubbel- of meervoudig spoor. Het is rood en wit of rood en lichtgeel geschilderd. 7. Ten aanzien van overgangen van locaalspoorwegen, aftakkingen naar fabrieken of daarmede gelijk te stellen zijsporen, in het bijzonder ten aanzien van minder belangrijke wegen voor locaal verkeer of waar een overweg samenvalt met een kruispunt, kan iedere Verdragsluitende Partij: buiten de bebouwde kom bepaalde vereenvoudigingen van of uitzonderingen op de in de leden 1, 2, 3, 5 en 6 gegeven voorschriften toegestaan; binnen de bebouwde kom die voorschriften geven, welke zij gewenst achten ter vervanging van het in de leden 1, 2, 3, 5 en 6 van dit artikel bepaalde.

Rechtspraak bij dit artikel